Blogs

Over aspecten voeding en gedrag.

HIGH LIGHTS:

- Je mag zeker aannemen dat er individuen zijn, die bepaalde additieven, maar ook natuurlijke bestanddelen niet verdragen
- Soms weten zij dat van zichzelf, vaak ook niet
- Er zijn geen betrouwbare medische diagnostische mogelijkheden
- Tot die er zijn blijft het tasten in het duister
- Dit geldt echter ook voor straling (wifi), velden (zendantennes) enz.


Direct naar:
• Wél, of juist geen E-nummers in je voeding accepteren
• Sinterklaas en kerstgenot
• Controverse Ritalingebruik
• Vraag naar minder E-nummers op etiket
• Vertrouwen of wantrouwen van de voorlichting over E-nummers door overheid en industrie?


25 augustus 2013; VERTROUWEN OF WANTROUWEN VAN DE VOORLICHTING OVER E-NUMMERS DOOR OVERHEID EN INDUSTRIE?

Zoals iedereen weet: "Vertrouwen komt te voet maar gaat te paard".
Op het gebied van additieven heeft de voedingsmiddelenindustrie, inclusief het Voedingscentrum, dat vertrouwen van veel consumenten verspeeld door geen open kaart te spelen. We weten allemaal dat er natuurlijke producten zijn waarvoor sommige mensen allergisch zijn en dit niet kunnen eten terwijl het voor de meeste anderen geen enkel probleem is. Of het nu gaat om pinda's, aardbeien, tarwegluten of lactose.
Dit gegeven wordt door fabrikanten ook niet ontkend en zo nodig als waarschuwing op het product gezet. Bv. in de vorm van: Dit product is verwerkt in een omgeving waar ook pinda’s worden verwerkt.
Dat is duidelijk en daarmee weet je als consument waar je aan toe bent.

Hoe anders is het met additieven. Terwijl veel mensen aan den lijve ondervinden dat zij zelf of hun kinderen op additieven reageren, proberen zowel de industrie, als de overheid en soms zelfs de medische wereld dat krampachtig onder het vloerkleed te houden. (Uitgezonderd een witte raaf in Australië het Royal Prince Alfred Hospital.)
Zie ook mijn blogs over additieven: Vraag naar minder additieven, en Wél of juist géén additieven.
Goed dat uit voorzorg de EU de waarschuwing voor AZO kleurstoffen verplicht heeft gesteld. Blijkbaar vindt de commissie ook dat waar rook is, misschien ook wel vuur is. Kennelijk is er een groep van de bevolking die zo min mogelijk additieven wil. Waarom die groep niet gewoon bedienen, zodat deze niet volledig op reformwinkels is aangewezen? Dat lijkt mij een mooie opportuniteit voor de voedingsmiddelen industrie.

Bangmakerij voor additieven, ja die is er wel, maar mede veroorzaakt door bovengenoemde reden. Als je de voorlichting niet meer kunt vertrouwen, ga je noodgedwongen op je eigen kompas varen en niet iedereen is even kundig dat kompas juist te gebruiken.

We moeten niet in paranoïde scenario's vervallen, maar feit is dat het in de voedingsmiddelenindustrie om zeer grote financiële belangen gaat. Het is onvermijdelijk, maar ook begrijpelijk dat de industrie zijn eigen standpunten verdedigt en, evenals de tegenstanders overigens, soms verkondigt wat men door zijn eigen roze bril ziet. Wetenschap is soms wat de wetenschappers er van maken en veel opdrachten komen tegenwoordig uit de industrie, met allemaal contracten waarin geregeld wordt wat er wel en niet kan worden gepubliceerd. Dat stemt tot nadenken. Door het internet heeft iedereen toegang tot deze discussie en dat brengt niet alleen bewustwording van het probleem met zich mee, maar wakkert ook het wantrouwen vanuit de consument aan.
Dat intolerantie voor additieven niet waar mag zijn kan ik alleen maar verklaren door te kijken naar de grote belangen die er op het spel staan. Er zijn zeer veel onderzoeksresultaten die bevestigen dat veel mensen op allerlei bestanddelen, zowel natuurlijke als toegevoegde, reageren (bv. Article titles are linked to their MedLine Abstracts where available, of The role of natural salicylates in food intolerance enz.). Niet alleen de belangen van de farmaceutische- en voedingsmiddelenindustrie, maar ook die van de "medische industrie" staan zo op het spel. Allen ruimschoots vertegenwoordigd in Nederland. Helaas is onze overheid geen partij voor die ruime vertegenwoordiging en sterke lobbies.

En dan als laatste: Zijn het de professionals tegenover de leken? Ik betwijfel het (nog los van het feit dat de professionals ook liever de E-nummers vermijden of er zelfs tegen ten strijde trekken). Kijk naar de discussie tussen de psychiatrie en de psychologie over wél of géén Ritalingebruik (Controverse Ritalingebruik). Twee professionele beroepsgroepen die op dit punt lijnrecht tegenover elkaar staan. Hoezo wetenschap? Weet de ene groep dan iets dat de andere niet weet? Altijd de wetenschap als leidraad nemen? De Australische onderzoekers Barry J. Marshall en J. Robin Warren ontvingen de Nobelprijs voor Geneeskunde voor hun ontdekking van de bacterie Helicobacter pylori en de rol van dit micro-organisme bij maagontstekingen en maagzweren, terwijl de patiënt voorheen jaren lang werd weggestuurd met: "Zenuwen op de maag", synoniem voor aanstellerij.
Of de tijd dat de wetenschap er van overtuigd was dat de aarde plat was. (Zelfs nu, in dit tijdperk van ruimtevaart en astronomie bestaat de "Flat Earth Society" overigens nog steeds (al zullen er tegenwoordig weinig wetenschappers lid van zijn.

Maar eigenlijk is de discussie over de veiligheid van natuurlijke versus synthetische bestanddelen (E-nummers) de verkeerde discussie.
Of een stof veilig is hangt niet zozeer af van de oorsprong van de stof zelf, maar van het individu dat die stof binnenkrijgt en daarmee samenhangend de hoeveelheid van die stof. Het is immers de doses die het vergif maakt. Anders gezegd: Blijf je onder je eigen, meestal echter onbekende, drempelwaarde van die stof dan is er niets aan de hand.

inhoud

30 januari 2013; WEL OF JUIST GEEN E-NUMMERS IN JE VOEDING ACCEPTEREN?

Wél of juist géén E-nummers? Dat is een vraag waar menigeen mee zal worstelen. Het antwoord is niet altijd eenvoudig.

Additieven, in allerlei vorm, worden steeds royaler aan ons voedingspakket toegevoegd. Bekende voorbeelden zijn bv.: smaakversterkers, kleur en smaakstoffen, conserveermiddelen en kunstmatige zoetstoffen.

Niet iedereen is daar even blij mee. Een voor de hand liggende reden is natuurlijk de onophoudelijke stroom negatieve berichten in de (sociale)media over additieven. Daarbij komt het ook nog eens minder natuurlijk over en wordt het strategisch ingezet door de voedingsfabrikanten (vraag naar minder additieven).

Dit heeft twee standpunten tot gevolg die mijlenver uit elkaar liggen. Aan de ene kant de fabrikanten, die stellen dat de additieven allerlei nuttige functies in hun producten vervullen en dat ze door de EU getest en veilig bevonden zijn. Aan de andere kant de consument, waarvan er een aantal klagen over bijwerkingen van de additieven of wijzen op de berichten over bijvoorbeeld mogelijke kankerverwekkende eigenschappen. Termen als "Aspartaam, het zoete gif", "additieven zijn kankerverwekkend" kun je veelvuldig tegenkomen.

Bijkomend probleem voor de fabrikanten is hun communicatie. Het voedingscentrum, gevolgd door de fabrikanten communiceren zo nadrukkelijk dat alle toevoegingen veilig zijn, dat een toenemende groep consumenten deze communicatie niet meer geloofwaardig vindt. Een aantal van hen ervaart immers de gevolgen aan den lijve.

Op het internet zijn vele lijsten te vinden waarin met kleuren wordt aangegeven, welke additieven je bij voorkeur moet weglaten. Het probleem is, dat als je zo'n lijstje bekijkt, ze overwegend rood zijn en er niet veel additieven meer overblijven die als veilig worden aangemerkt. M.a.w. wat kun je dan nog kopen in de supermarkt?
Bekendste lijst is op dit moment wel het boekje " Wat zit er in uw eten" van de Française Corinne Gouget, die dit onderwerp al meer dan 14 jaar bestudeert.

Daar komt nog bij dat de industrie tegenstrijdige signalen afgeeft. Aan de ene kant roepen ze dat E-nummers veilig zijn. Aan de andere kant zetten ze producten op de markt zonder E-nummers, waarmee ze de indruk wekken dat een product zonder E-nummer beter is.
Door een E-nummer voluit te schrijven of een andere benaming te geven, proberen fabrikanten de consument een andere indruk geven (clean labeling).

Wat moet je dus als consument. De critici volgen, wat een flinke investering in tijd (en ook geld) zal betekenen om alles additiefvrij te kopen, of je nergens iets van aantrekken en gewoon kopen? Het antwoord kan voor ieder individueel heel verschillend uitpakken. Een belangrijke factor is je budget. Heb je een laag inkomen en moeite met rondkomen, dan wordt het helemaal moeilijk om de critici te volgen omdat additiefvrij eten vrijwel altijd duurder zal zijn dan in de supermarkten de koopjes af te kunnen gaan.

Aan de andere kant hebben we de consumenten die principieel gezond of biologisch willen eten en daarmee hun keuze al gemaakt hebben.

Daartussenin zal echter nog een heel grote groep met consumenten zitten die worstelen met de vraag wat te doen.

Wel, misschien ligt de waarheid wel in het midden en moet je alleen die additieven weg laten waarvan je weet dat je hinder ondervindt (al is die conclusie niet eenvoudig te trekken).

Het lijkt, gezien de complexheid van het menselijk organisme en de grote variatie die hierop bestaat, onwaarschijnlijk dat letterlijk iedereen de additieven kan gebruiken zonder dat hierop, in welke vorm dan ook, gereageerd wordt. Percentages worden soms wel genoemd maar eigenlijk is dat niet echt belangrijk. Het gaat er om of je zelf op die stoffen reageert of hier last van hebt. Voor korte, heftige reacties, zoals hyperactiviteit of soms depressiviteit of voor duidelijke fysieke reacties als huiduitslag is dat misschien nog wel uit te zoeken, maar wat te doen met de vermeende kankerverwekkende eigenschappen?
Als die al aanwezig zijn, openbaren die zich pas na vele jaren. Hoe zoek je dat dan uit?
Niet dus.
Je kunt alleen afgaan op de wetenschap en daar spreken de onderzoeksresultaten elkaar juist vaak tegen.

Wil je écht gezond leven en die additieven om die reden weglaten, dan is je probleem verre van opgelost. Er zijn immers ook veel natuurlijke producten of bestanddelen waar mensen klachten van kunnen krijgen: vetten, suikers, te veel koolhydraten. Daarvan weten we al dat daar risico's aan kunnen kleven, maar gaan we daar wél al goed mee om? Zelfs kruiden als nootmuskaat zijn niet onverdacht.

En wat doen we met de magnetron, want die krijgt ook kritiek? Of de hoogspanningsmasten en zendantennes, ook die zijn niet onverdacht. En laten we het dan helemaal maar niet hebben over onze niet meer weg te denken GSM's. Die kleine "magnetrons" die we tegen ons hoofd houden en waarvan we accepteren dat die onze hersenen lokaal 'n beetje kunnen opwarmen Gsm verstandig gebruiken? En het radongas in onze woningen?
We stappen ook dagelijks in een auto naar ons werk of gaan op vakantie met het vliegtuig.

Met andere woorden, het leven is vol risico's en we kunnen die helaas niet allemaal uitsluiten. Blijkbaar accepteren we bepaalde risico's soms wel, maar anderen soms niet. Onlogisch, maar de denk- en beslissingswijze van de mens zit ook helemaal niet logisch in elkaar: We kopen wel een lot in de loterij in de hoop dat we de gelukkige zijn die gaat winnen, maar als het bliksemt gaan we er vanuit dat we niet de ongelukkige zijn die getroffen wordt.

Het echte probleem is dus dat er vermoedelijk wel mensen zijn voor wie het verstandig zou zijn om additiefvrij te eten, in elk geval bepaalde additieven weg te laten, maar dat we niet weten hoe groot die groep is, wie er bij die groep horen en welke additieven dan weggelaten moeten worden.

Voor hen die wél weten welke klachten waardoor veroorzaakt worden of dit willen uitzoeken is het natuurlijk uiterst zinvol om de veroorzakers op te sporen en weg te laten.

Daarnaast zal iedereen zelf moeten bepalen welke inspanning hij wil leveren om de risico's zo ver mogelijk omlaag te brengen.
Het kan geen kwaad om ondertussen wel aan de fabrikanten duidelijk te blijven maken dat veel consumenten een minimum aan additieven willen.

inhoud

3 december 2012; SINTERKLAAS- en KERSTGENOT

Het is weer Sinterklaas- en Kersttijd. We gaan de kinderen weer laten smullen en doen zelf gezellig mee. Weer een drukke tijd voor velen. In meer dan één opzicht.
Vóór Sinterklaas zijn de kinderen druk van de spanning en het slechte slapen en ná Sinterklaas.... Ja waarom zouden ze dán druk zijn?
Misschien kan het antwoord zijn dat ze na de Sinterklaas zó veel additieven en andere bestanddelen hebben binnengekregen waar ze met hyperactiviteit of bokkigheid (chocola) op reageren, dat u dat extra gaat merken. Op school, in de winkel, op straat of op visite wordt er al gauw wat lekkers uitgedeeld.
Maar zullen anderen zeggen: “Nee hoor het is de spanning, want voor de Sint waren ze ook al zo druk en toen kregen ze nog geen extra lekkers”. Wel, het antwoord is dan bijna goed. Spanning maakt kinderen die toch al gevoelig op voeding reageren nóg gevoeliger. Ze hoeven voor de Sinterklaas dus geen extra lekkers te krijgen om toch extra te gaan reageren. Ter geruststelling: de kleurstofjes, kruiden ed. zijn na enkele uren tot een dag wel uitgewerkt. Alleen met chocola is het oppassen geblazen. Als uw kind daar op reageert kan het wel een dag of vijf duren voordat het weer wat lekkerder in het velletje zit.

Link naar wat er misschien gebeurt met de mestcellen

inhoud

2 december 2012 (aangevuld 2 september 2013); CONTROVERSE RITALINGEBRUIK

Het gebeurt waarschijnlijk wel vaker dat de psychologie het oneens is met de psychiatrie. Nu een keer op het gebied van ADHD en medicatiegebruik. Hoogleraar psychologie, dr. Laura Batstra schreef een boek: "Hoe voorkom je ADHD? Door de diagnose niet te stellen".
Dit boek deed veel stof opwaaien onder ADHD'ers, hulpverleners en psychiatrische wereld. Een publiek debat (o.a. "De Balie" van 19 november 2012) kon niet uitblijven. Lees de blog van 21 november 2012, waarin dr. Batstra meer uitleg geeft over haar standpunten en de reacties hierop van prof. dr. Buitelaar (promotor van onderzoekster Lidy Pelsser, welke in haar studie een verband tussen voeding en ADHD aantoonde).
Kern van de discussie is het wel of niet gebruiken van ADHD medicatie (vaak Ritalin).
Dr. Batstra:
" Terughoudendheid met de diagnose ADHD kan kinderen waar mogelijk de boodschap besparen dat er iets mis met ze is. Laten we als volwassenen, als samenleving, ons best doen om zoveel mogelijk kinderen de vrijheid te geven om te zijn wie ze zijn.

Ik pleit ook voor terughoudendheid, om kinderen met ernstige problematiek kosteloos specialistische hulp te kunnen blijven bieden.

Tenslotte pleit ik voor terughoudendheid met de diagnose ADHD, omdat deze diagnose door de ruime toepassing haar geloofwaardigheid dreigt te verliezen. Iedereen kent inmiddels wel iemand met milde problematiek die de diagnose heeft gekregen, en men neemt ADHD steeds minder serieus. En dat doet juist de kinderen voor wie de diagnose bedoeld is ernstig tekort."


En een reactie van prof. Buitelaar:
"Wat mij stoort is dat nog steeds gesuggereerd wordt dat anderen zich storen aan ADHD'ers en dat daarom gepleit wordt voor meer tolerantie. Mijn ervaring is dat kinderen en volwassenen met ADHD zelf enorm kunnen lijden onder de klachten. En zelf graag behandeling willen. En daar overigens ook enorm van kunnen opknappen.
Verder wordt gesuggereerd dat de eerste stap in de behandeling altijd medicatie is, dat is niet zo, ouderbegeleiding en gedragstherapeutische interventies staan als eerste stap genoemd in de richtlijn voor behandeling van ADHD. "


Waar komt die controverse vandaan en wie heeft er gelijk? Wel, misschien zit ik er faliekant naast of moet ik mijn verklaring nog wat aanscherpen of bijstellen, maar zelf denk ik dat die controverse ontstaat vanuit het gezichtspunt van de beide partijen: Zoals al vaker duidelijk geworden is in de psychiatrie/psychologie, stoornissen zijn dikwijls niet scherp af te bakenen en is er meer sprake van een breed spectrum aan klachten en verschijnselen. Vandaar dat de stoornissen autisme, PDD-NOS en Asperger onder de gemeenschappelijke naam autisme spectrum stoornis (ASS) verder gaan.
Het feit dat het om een spectrum gaat zou wel eens de bron van controverse kunnen zijn. Het lijkt er op dat de psychologie en daarmee hun kritiek zich meer richt op de kant van het spectrum waar de klachten mild zijn en waar ook kinderen en jongeren met een diagnose terecht komen welke daar mogelijk niet thuis horen, terwijl de psychiatrie zich juist meer richt op de andere kant van het spectrum: De kant van de ernstigere klachten waarbij de psychiatrie constateert dat medicatie zo'n goede resultaten kan opleveren.
Het gevolg is dat vanuit de psychologie de opvatting ontstaat dat de psychiatrie overbehandeld/overdiagnostiseerd en omgekeerd vanuit de psychiatrie de opvatting ontstaat dat de psychologie onderbehandeld/onderdiagnostiseerd.
Misschien hebben daarmee beide partijen wel gelijk: De psychologie dat een aantal, voornamelijk kinderen, Ritalin krijgen terwijl daar andere, betere oplossingen voor zijn. Eén van die andere oplossingen kan dan voedingsinterventie zijn. Lidi Pelsser bv. heeft hiermee al veel bekendheid en successen verworven.
En de psychiatrie dat je (jonge) kinderen te kort kunt doen door ze medicatie te onthouden.

Al vele jaren probeer ik door op voeding te letten allerlei klachten te verminderen. Zonder hier nu specifiek op in gaan, wil ik graag een oude uitspraak aanhalen van prof. dr. Boudewijn Gunning. Hij is gepromoveerd op het gebruik van Ritalin, maar nu geen deelnemer aan de discussie: "Ook ik zet wel eens kinderen op dieet, maar de ervaring leert dat dat niet alle problemen oplost".
Hoe waar dit in ons geval bleek. Veel kregen we met het dieet opgelost, zoals de drukte, de negatieve stemmingen, de beenpijnen, de tic's etc. Wat we niet opgelost kregen was de innerlijke onrust, concentratieproblemen enz. Die verdwenen echter wel bij Ritalingebruik.
Het is interessant te weten of je zou mogen stellen dat je met een dieet of andere aanpak wel de externe gedragingen en verschijnselen kunt verminderen en dat de interne verstoringen blijven, of dat bv. bij de onderzochte groep van het INCA onderzoek ook de interne verschijnselen in 64 % van de gevonden gevallen zijn verdwenen. Grote kans dat dit laatste niet uit de onderzoeksresultaten geconcludeerd mag worden.
Als bovenstaande waar zou zijn, zou je dus een groter onderscheid moeten maken tussen ADHD en hyperactiviteit (en wat daar in brede zin mee samenhangt): voor AD(H)D heb je vaker medicatie nodig en voor hyperactiviteit zijn er wellicht wel degelijk andere oplossingen mogelijk. In elk geval kan dit de discussie wel duidelijker maken.

(Aanvulling) E.e.a. kan mogelijk verklaard worden met de volgende redenering:
Omdat Ritalin in werkt op het neurotransmittersysteem, lijkt hier een belangrijk werkingsmechanisme te liggen. Als een niet goed werken van het neurotransmittersysteem de oorzaak is, is het niet onlogische om te veronderstellen dat reageren op voedselbestandelen hiervan het gevolg is en dat daarmee hyperactiviteit een van de uitingsvormen van ADHD is. Een uitingsvorm, welke verdwijnt als de triggers (oa. maar niet uitsluitend voeding) worden weggenomen, terwijl de basisoorzaak dan blijft bestaan.
Pas als alle ADHD verschijnselen met een aangepaste voeding verdwijnen, zou men misschien mogen stellen dat voedselbestanddelen een oorzaak van ADHD kunnen zijn.

Daarnaast is er nog de theorie die veronderstelt dat hyperactiviteit iets te maken heeft met het allergisch mechanisme. Dit mede omdat histaminevrijmaking een belangrijke rol kan spelen bij hyperactiviteit. Kamsteeg geeft hiervoor een hypothese in zijn brochure: 8903 "Gedragsstoornissen bij kinderen"; Dit zou dan geheel los kunnen staan van ADHD.

inhoud

20 november 2012; VRAAG NAAR MINDER ADDITIEVEN OP ETIKET

"Vraag naar minder additieven op etiket" kopt "Nieuws voor diëtisten".
Als je gaat lezen kom je er snel achter dat de industrie bepaald niet blij is met die vraag.

"Additieven zijn immers nodig voor de houdbaarheid en de smaak. Dit werd duidelijk tijdens het NVVL-symposium “Additieven, nut en noodzaak”, dat op 15 november plaatsvond bij InHolland in Delft."
Vervolgens wordt betoogd dat E-nummers ten onrechte in een kwaad daglicht staan en dat als natuurlijke producten ook van E-nummers zouden worden voorzien, 'n tomaat bv. 8 E-nummers zou krijgen.
"Voedingskundigen vinden dat clean labels afleiden van wat uit gezondheidsoogpunt werkelijk belangrijk is: het verlagen van het gehalte aan zout, suiker en verzadigd vet. Sterker nog, misschien zijn er juist wel meer E-nummers nodig om producten gezonder van samenstelling te maken. Zo leiden minder zout, suiker en verzadigd vet tot respectievelijk meer smaakversterkers, zoetstoffen en antioxidanten (omdat onverzadigd vet sneller oxideert)."
De industrie worstelt met aan de ene kant de vraag van de consument om clean labels en aan de andere kant de voordelen voor de productie en volksgezondheid.
Bron: Nieuws voor diëtisten

Maar vraag is of dit de juiste discussie is: Het is immers niet zo gek dat additieven in een slecht daglicht staan en de consument de veiligheidsclaims van de fabrikant niet gelooft. Het hangt van de definitie van veiligheid af of je additieven veilig mag noemen of niet. In de regel zullen ze inderdaad veilig zijn (Alhoewel, soms zorgt voortschrijden inzicht er toch voor dat additieven uit de handel worden genomen of strikte gebruiksvoorwaarden krijgen).
Dat E-nummers vanuit toxicologisch gezichtspunt veilig zijn, zou de consument ook best willen geloven, ware het niet dat additieven niet worden onderzocht op het veroorzaken van overgevoeligheidsreacties. Dat lijkt ook een onhaalbare opgave omdat het menselijke organisme bestaat uit zo'n grote genetische variatie. Niet alleen het uiterlijk van twee mensen is immers ongelijk, maar ook het innerlijke.

Van "natuurlijke" producten, althans wat we in zijn algemeenheid eetbare producten vinden, is ook bekend dat het bij vele mensen toch een reactie kan oproepen. Vaak gaat het dan om een allergie (koemelk, pinda's, etc.), maar ook intoleranties komen voor (coeliakie of lactose-intolerantie bv).
Ook zijn er mensen met ziektes die bepaalde diëten krijgen voorgeschreven. De betwiste reacties dan even buiten beschouwing gelaten. Dat weet de consument en dat wordt ook geaccepteerd.
Wat niet wordt geaccepteerd is dat hij voor de gek worden gehouden. Te horen krijgen dat reacties niet kunnen, terwijl hele volkstammen aan den lijve ondervinden dat ontkennende beweringen niet altijd op juistheid zijn gebaseerd.
Je kunt dit vergelijken met medische missers: patiënten kunnen er best vrede mee hebben dat zij soms slachtoffer zijn van een medische fout, maar het wordt voor hen een probleem als ze met een kluitje in het riet worden weggestuurd en als dom en lastig worden weggezet.
Bij gebrek aan goede voorlichting nemen consumenten het zekere voor het onzekere en proberen zo, noodgedwongen, zo veel mogelijk additieven weg te laten. Zodoende schieten de voedselfabrikanten in eigen voet.

M.a.w. fabrikanten zouden "kleur" moeten bekennen en niet de smaakversterkers verdoezelen onder nieuwe namen als gistextract en glutaminaten (620-625), guanylzuurverbindingen (626-629) en inosinaten (630-633) maar in plaats daarvan duidelijkere voorlichting gaan geven, zoals ook in het artikel wordt gesuggereerd.
"Sommige deelnemers aan het symposium vinden dat de industrie meer over additieven moet communiceren. Anderen zien daar geen heil in, omdat men de industrie toch niet gelooft."

Volharden in deze houding zal de geloofwaardigheid inderdaad geen goed doen. Verder lijkt er een trend om te proberen zo veel mogelijk additieven in een product te stoppen, zonder hiervoor een goede verklaring te geven. Het heeft toch geen pas om een eenvoudig zakje paprikachips te voorzien van 23!! ingrediënten.

inhoud









































Wie is er het eerlijkst over eten?


































































wel of geen E-nummers











































































Sinterklaas
































Ritalin




























































Minder E-nummers













        Kijk ook op Facebook L L